Het maken van ‘slijtage I’

Het maken van ‘slijtage I’

30 oktober 2019.

Hoe ik van een versleten jas een kunstwerk maakte

 

Een tijdje geleden kreeg ik van een vriendin haar oude jas voor mijn lapjesmand. De jas had een visgraatmotief. Mooie stof, maar eigenlijk vond ik de voering veel interessanter. Die was namelijk dun geworden en er zaten mooie rafels en gaten in. Daar wilde ik iets mee doen!

Het was ooit een dierbare jas; zo lang gedragen dat de gaten er in gevallen waren. Het verstrijken van de tijd wordt weergegeven in de slijtageplekken. Het deed me denken aan verwelkte bloemen, die eerder nog voluit bloeiden, maar nu een ander soort schoonheid laten zien.

Vandaar dat ik bedacht de versleten plekken te accentueren door er verwelkte bloemen overheen te borduren met de naaimachine. Voor de bloemen heb ik de zonnehoed gekozen. Die heeft een mooie vorm als ze een beetje slap gaat hangen .



Het maakproces

Eerst koos ik een interessant deel van de voering met scheuren en doorgesleten gedeelten waar het borduursel moest komen. Daarna maakte ik een schets op doorzichtig schetspapier dat op de stof lag. Ik gebruikte foto’s van zonnehoeden als voorbeeld. Tijdens het schetsen zorgde ik er voor dat de stengels van de bloemen zo veel mogelijk op de rafelige delen van de stof komen.

 

Als ik tevreden ben met het ontwerp (variatie in hoogte van de bloemen, spreiding van de bloemen, vorm, compositie), teken ik het over op wateroplosbaar vlies met een 4B potlood. Het wateroplosbaar vlies dient als tijdelijke versteviging van de voeringstof en het is nodig om over de gaten te kunnen borduren.

Helaas zie je de grijze potloodlijnen niet goed als je het dunne vlies op de donkerbruine stof legt. Dus heb ik alles overgetekend met rood kleermakerskrijt. Daar zal ik later nog spijt van krijgen…..

Werken met wateroplosbaar vlies

Het wateroplosbare vlies speld ik op de stof, precies zoals ik met het schetsen bedacht had. Daar waar grote gaten in de stof zitten, speld ik aan de achterkant ook een stukje vlies. Dit is om te voorkomen dat de rafels aan de onderkant ergens achter blijven haken tijdens het naaien.

De lap wordt voorzichtig in een borduurring geklemd. Als bovendraad kies ik quiltgaren dat iets dikker is dan normaal naaigaren, en in de spoel doe ik dunner garen. Dat werkt prettig bij free motion naaien. Op een proeflapje heb ik de juiste draadspanning uitgetest.

Vervolgens is het een kwestie van de getekende lijnen volgen met de naaimachine. Rustig aan, en niet te verkrampt werken om het perfect te willen doen. Een scheef steekje hoort er bij, geen zorgen over maken. Steeds de borduurring verplaatsen en dan is al snel de hele tekening op de stof geborduurd. Hier en daar voeg ik nog een klein beetje stiksel toe, tot ik het goed vind.

Uitspoelen

Dan komt het magische deel: het uitspoelen! Eerst knip ik zo veel mogelijk van het vlies weg waar niet geborduurd is. Dat hoeft dan niet meer op te lossen.

 

 

Daarna leg ik het in de gootsteen die ik gevuld heb met koud water. Snel een paar foto’s maken, zodat je het vlies kun zien oplossen.

 

 

Daarna veel spoelen en voorzichtig wrijven. Het duurt langer dan ik dacht. Het lijkt al snel  alsof het vlies al weg is, maar bij het nat maken verandert het in een soort stijfsel. Ik wilde de soepelheid van de stof te behouden, dus moest het grondig uitgespoeld worden.

 

Na het spoelen wikkel ik de lap in een handdoek en knijp het zo goed mogelijk droog. Daarna met het strijkijzer droog strijken. Als het droog is, zie ik rode vlekjes op het witte stiksel. Dat zijn nog resten van het vettige rode kleermakerskrijt. Dat is niet de bedoeling!

Het rode kleermakerskrijt

Ik probeer het met de hand weg te wassen met afwasmiddel en met Oxy Action, maar het lukt niet om het weg te krijgen. Dan maar in de wasmachine met de was meegewassen (in een wasnetje), nadat ik er weer Oxy Action op gedaan heb. Dat hielp: het rode krijt is er uit! Maar het (katoenen) stiksel is wat gekrompen en krijgt daardoor ook een versleten uiterlijk. Dat vind ik wel een beetje jammer, maar eigenlijk past dat ook prima bij het ontwerp.

Maar in het vervolg toch maar even een wateroplosbare pen kopen. (Gekleurd (vettig) kleermakerskrijt dus alleen gebruiken op plaatsen waar je het niet meer ziet, zoals in een zoom van een kledingstuk. Voor het markeren van een quiltpatroon zijn er speciale stiften: wateroplosbaar of met vanzelf verdwijnende inkt).

 

Om het af te werken, scheur ik langs de randen nog wat stof weg, zodat de bloemen mooi in verhouding op de lap staan. Aan de bovenkant maak ik een zoom en ik zaag een bamboestokje op maat. Door het op een simpel stokje te hangen zonder verdere afwerking, wordt het versleten karakter versterkt. Bovendien blijven de figuurnaden van de voering zichtbaar in de golven van de lap.

 

De naam is al snel bedacht : “Slijtage I” (op een ander deel van de voering heb ik een roos geborduurd, dat is “Slijtage II”). Het kunstwerk hangt een stukje van de muur, zodat je niet alleen de gaten ziet, maar ook de stof dunne delen van de stof.

 

Ytsje Tilma

 

Dat komt goed uit, een blogverhaal over bewerking van gebruikt textiel. Het nieuwste thema voor de Europese Quilt Association is recycled textiles. 
Gemotiveerd om gebruikt textiel te gaan verwerken ? Kijk hier voor de oproep voor quilts voor de EQA voor Birmingham 


Comments

comments

X