Mijn clam shell quilt van sits & chintz
Door: Jeanne van den Bekerom
Speciaal voor het sitsenproject ´De Hollandse Tuin 2.0´is een serie blogverhalen geschreven door verschillende quilters. Allerlei onderwerpen passeren de revue. Het kan gaan over geschikte boeken met patronen of juist over één patroon. Er wordt geschreven over praktische tips bij het werken met deze bijzondere stoffen. Allemaal verhalen die je op weg kunnen helpen tijdens het werken aan dit sitsenproject ´De Hollandse Tuin 2.0`.
Mijn clam shell quilt van sits & chintz
Wie ooit met sits of chintz heeft gewerkt, weet het meteen: dit is geen gewone katoen. De stof glanst, voelt stevig aan en heeft een bijna porseleinen uitstraling. Jaren geleden viel ik er als een blok voor, toen ik in Amsterdam een doosje kocht met vijftig verschillende lapjes sits, elk ongeveer 25 × 25 cm. Het werd het begin van een quilt die mij veel heeft geleerd, soms zelfs door schade en schande.
Wat is sits eigenlijk?
Sits is de Nederlandse naam voor de oorspronkelijke handbeschilderde katoen uit India, ook wel kalamkari genoemd. In Engeland werd deze stof bekend als chintz, een woord dat is afgeleid van een Hindi-term voor “gevlekt” of “kleurrijk”. In de 17e en 18e eeuw werden deze stoffen door de VOC naar Europa gebracht. Ze waren een sensatie: katoen met intense kleuren, bloemmotieven en een opvallende glans. Die glans ontstaat doordat de stof na het bedrukken wordt gewalst en behandeld met was of zetmeel. Het resultaat is een strak geweven, bijna gepolijste stof, prachtig om te zien maar uitdagend om mee te werken.
Door de dichte weving blijft elk gaatje zichtbaar. Spelden, dikke naalden of verkeerd garen kunnen de stof onherstelbaar beschadigen. Maar als je het goed aanpakt, krijg je een quilt met een ongekende diepte en glans.
Zelf gebruik ik ultrafijne applique naalden “Straw Needles” size 10 of 11 of quiltnaalden in between. Ik gebruik heel dun garen (80wt) van Aurifil en textiellijm in plaats van spelden. De textiellijm is echt een uitkomst bij sits: spelden maken gaatjes in de glanslaag, terwijl lijm de stof onzichtbaar fixeert.
Mijn clam shell aanpak
Na een cursus bij “De Frottende Freule” besloot ik eens een proef quilt te maken om te zien hoe met de vorm van de clam shell kunt werken. Daar heb ik veel van geleerd. Hoe blijven de lijnen recht en komen de clam shells mooi onder elkaar. Jaren later ben ik dan begonnen mijn sitsen te verwerken in een clam shell quilt die zachte, golvende schub vormen die prachtig werken met drukke stoffen.
Zo ging ik te werk: Ik sneed de clam shells met een mal en liet een naadtoeslag van iets meer dan 1/4 inch staan. De naadtoeslag maakte ik nat met stijfsel (gewoon te koop bij AH) en streek ik om de mal heen. De mal maakte ik van een paar lagen freezer paper of dunne karton, Brinta doos. Karton moet niet te dik zijn anders wordt de vouw niet scherp. Zo bleef de vorm perfect behouden. Snij dan de overtollige naadtoeslag af iets minder dan 1/4 inch. Dit gaat het beste als het kartonnetje er nog omheen zit. Dan leg ik de clam shells neer en kijk dat dezelfde kleuren elkaar niet raken. Ik legde hele rijen uit en zette de schelpen onderling met een paar steekjes vast, zodat ze niet gaan “wandelen”. Dan heb je een lange strook/rij.
Daarna plakte ik de eerste rij met kleine puntjes textiellijm op de achtergrondstof tegen een getekende lijn aan. De lijm niet te dicht op de vouw van de naadtoeslag druppelen want anders heb je last met appliqueren als de naald door de lijm gaat. Deze achtergrond stof is alleen om een rechte lijn te krijgen voor de volgende stroken die erop geplakt te worden. Elke paar rijen controleer ik of alles nog recht loopt dat voorkomt grote scheefgroei.
De lijm met kleine druppels op de naadtoeslag doen. Pas daarna begon ik met het appliqueren. Dat ging verrassend snel. De clam shell blijven goed in vorm en het is alleen maar vastzetten. Dit werkt beter bij sitsen als appliqueren met “turn under” hiervoor is de stof toch te stug en krijg je geen mooie rondingen. Ik sorteer elke volgende rij vooraf op kleur, zodat dezelfde tinten elkaar niet raakten en gebruik veel wit om rust te creëren tussen al die rijke patronen.
De fout die ik nooit meer maak
Ik dacht slim te zijn en waste mijn sits vooraf. Grote fout. De kleuren bleven gelukkig mooi, maar de glans verdween bijna volledig. En nee, de stof werd er niet soepeler van maar de stof geeft door het wassen ook niet af. Achteraf las ik dat je de glans deels kunt herstellen door met bakpapier of vetvrij papier op de glanzende kant op de stof te leggen en zonder stoom te strijken. Dat helpt een beetje, maar het wordt nooit meer zoals oorspronkelijk. Dus: was je sits niet als je de glans wilt bewaren.
Tot slot
Sits en chintz zijn geen makkelijke stoffen, maar wel ongelooflijk dankbaar. Ze dwingen je tot precisie, rust en aandacht en geven je daarvoor iets terug wat geen gewone quiltstof kan: een diepe, levendige glans die blijft verrassen.

















Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!