Quilten met plooien – Fluting & Furrowing
Blogbericht geschreven door Ella Loos
Van de technieken Fluting & Furrowing die ik in mijn vorige blog noemde, heb ik zelf veel plezier. Het zijn leuke uitbreidingen van het appliqueren, die je in veel variaties, klein of groot kunt toepassen. Een demonstratie maakt de technieken wel duidelijker heb ik bij mijn mede-quiltsters gemerkt. Hier dus nog eens een uitleg met vijf fotostappen.
Stap 1 ontwerp
Teken je ontwerp op de ondergrondstof met een frixionpen. Ik heb voor 6 bloemblaadjes in een cirkel gekozen. Kies voor elk onderdeel van het ontwerp de stof die je wilt gebruiken om te appliqueren.
Stap 2 Stof knippen en omzomen
Neem de losse onderdelen van je ontwerp, oftwel de figuren, over op de gekozen appliquatie-stof. Anders dan bij appliqueren hoeft de stof niet precies het figuur te volgen. Juist niet. Ik heb hier een ruime rand toegevoegd, maar je kunt er ook een vierkant, cirkel, nog iets anders, of zelfs iets totaal willekeurigs van maken. De vorm en ook de grootte van je lapje bepalen uiteindelijk wel hoe en hoeveel plooi erin gemaakt kan worden. Anders dan bij (needle turn) appliqueren zoom ik het lapje om met een grove rijgsteek. Mij lukt anders niet wat hierna komt een beetje netjes te houden.
Stap 3 Rimpelen en vastzetten
Rimpel de stof met een (sier/borduur)draad in een fijnere steek langs de rijgsteek.
Naai het lapje ondertussen op ‘strategische’ punten op de ondergrond vast.
Hiermee kun je de rimpelplooitjes verdelen langs de ondergrondvorm, soms veel, soms weinig, of heel gelijkmatig. In de foto heb ik ze gelijkmatig verdeeld, en de stof op de plekken waar de spelden zitten, vastgenaaid.
Stap 4 Fluting
De rijgdraad kan eruit, en dan begint het echte fluting.
Zoals je in de foto ziet is het appliqueren, maar je maakt elk steekje in een andere plooi. Je houdt het lapje niet strak maar geplooid, en maakt het met steekjes langs het frixion-getekende figuur op de ondergrondstof vast.
Ben je het hele lapje rondgegaan, dan heb je dit bolle resultaat.
Stap 5 Furrowing
Als laatste stap ga je heel systematisch of juist willekeurig vanaf de achterkant de bolle applicatiestof platter en geplooid in de figuur vastzetten, furrowing dus. Het werkt goed om de bolle stof een beetje te duwen, trekken en draaien, om te kijken waar het “als vanzelf spontaan” heen wil plooien voor het mooiste resultaat.
Aan de achterkant zie je de Flutingsteekjes langs de rand, en de Furrowingsteekjes in het midden zitten.
Variaties
Je kunt hiermee in je ontwerp eindeloos variëren. Zoals gezegd; met grotere of kleine lapjes, lapjes die de ondergrondfiguur volgen of juist niet, lapjes dicht op elkaar of niet, met veel rimpels of niet, en gelijkmatig verdeeld of niet. En met het furrowing kun je de stof vervolgens daarheen plooien waar jij wilt.
Als je het eens wilt gaan proberen, hoop ik dat je er ook veel plezier van hebt!














Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!